Je hebt toch ook geen gepromoveerde dakdekkers
Was het antwoord van de professor waar ze bij wilde promoveren. ‘Waarom moet een verpleegkundige promoveren, wat heb je daar nu aan’. ‘Ik dacht wat een gekke opmerking. Toen heb ik er niet op gereageerd. Later heb ik kunnen bewijzen dat hij er wel degelijk wat aan heeft. In het ziekenhuis en in de buitenwereld heb ik echt de weg moeten effenen voor mezelf.  Zo is ook een vriendschap op de klippen gelopen omdat ik te gehaast was en te weinig tijd had. ‘Dat je daar nog zin in hebt’ en ‘Op jouw leeftijd’ , ‘Wat moet je ermee’ en ‘Jij was toch verpleegster aan het bed’. Dat zijn de opmerkingen die Wilma te horen kreeg toen ze na haar opleiding tot verpleegkundig specialist ook nog wilde promoveren. ‘


Emancipatie van het vak verpleegkundige
De medische club hier was natuurlijk uitermate argwanend. Maar het roer gaat om. Een collega verpleegkundige is al gepromoveerd. Ze is op de tv geweest en heeft in de krant gestaan. Ik heb veel presentaties gegeven. Er is sprake van emancipatie. Ik heb dit niet als een last ervaren. Wanneer er thuis problemen ontstaan omdat je heel veel werkt grijpt mij dat meer aan. Daar moet je echt wat mee.  Aan een andere vriendin heb ik gewoon gevraagd: “Vind je ook dat je me minder ziet dan vroeger.” “Ja, zei ze, dat vind ik al jaren.” ‘Maar ze heeft er nooit wat van gezegd. Wat schattig, denk ik dan.


De aanhouder wint is mijn motto
Als je ergens voor wilt gaan dan zijn er altijd wegen. Soms zijn ze alleen niet uitgestippeld. Ik heb wel eens gedreigd dat ik er mee ging stoppen. Ik voelde mij een roepende in de woestijn. Maar dat moet je ook maar één keer doen want anders gelooft niemand je meer. Diep in mijn hart heb ik nooit overwogen om er mee op te houden.’


Het was het afgelopen jaar echt buffelen.
Mijn bedoeling is om eind 2012 te promoveren. Dat vond mijn copromotor wat te ambitieus maar het ziet er naar uit dat dit toch gaat lukken. Ik vind het wel genoeg want dan ben ik vijf jaar bezig. Wilma heeft twee onderzoeksdagen per week. De overige drie dagen zijn klinisch. Dat betekent dat ze voor patiëntenzorg zijn. ‘Ik probeer donderdagmiddag thuis te zijn voor mijn dochter. Als ik in het ziekenhuis werk, zie ik mensen die komen voor chemotherapie, voor controle, of ze hebben een klacht. De twee researchdagen zijn een verworvenheid, vorig jaar kreeg ik er maar één.’


Wat heeft het moederschap voor effect gehad op jou carrière?
‘Toen ik Tess kreeg werkte ik drie dagen. Tess was een bijzonder gewenst kind. Ik hoefde geen keuzes te maken wat werk betrof. Ik ben van lieverlee steeds meer gaan werken. Jos vangt veel op. Het effect is dat ik me acht uur per dag schuldig voel. Als ik nu een kind zou krijgen zou het anders zijn. Dan zou ik keuzes moeten maken.’


Hoe ga je om met het schuldgevoel?
‘Dat is lastig. Ik ben enig kind en heb een moeder van negentig. Ze ligt in het ziekenhuis. Wanneer ik bij haar ben neem ik mijn laptop mee. Ik moet er zijn voor mijn moeder en mijn dochter. De Sandwich generatie noemen ze dat. Je probeert je in allerlei bochten te wringen en het is nooit goed genoeg. Ik maak me zorgen. Op maandagochtend bijvoorbeeld wanneer Tess alleen naar school fietst.’


Maar het heeft niet zo’n invloed dat je andere keuzes bent gaan maken?
‘Tess heeft geen opvang meer op woensdagmiddag. Dan moet ze naar pianoles en weet ik veel wat. Dus ik heb er nu voor gekozen om de komende tijd woensdagmiddag thuis te zijn.’


Heb je een ideaal beeld in je hoofd?
‘Ik zou een rustiger gevoel hebben wanneer ik meer thuis zou kunnen werken. Dat ik er ben op de momenten wanneer Tess lang alleen  is. Je kunt je afvragen of het nodig is want volgens Jos ben ik overbezorgd. Maar het zou mij een beter gevoel geven.’


Je zorgt thuis voor je dochter en op het werk zorg je voor je patiënten. Heeft het moederschap effect gehad op je werkstijl?
‘Ik werk veel met jonge mensen met longkanker. Dat is emotioneler geworden. Ik heb net een jong stel gezien met kinderen. Ik kan me daar nu meer in inleven. Dat had ik vroeger eigenlijk helemaal niet. Ik stond er minder bij stil omdat het niet in mijn referentiekader zat.’


Hoe hadden en hebben jullie de zorg voor jullie dochter geregeld?
‘Er heeft een soort verschuiving plaatsgevonden. In het begin was ik veel meer bij de zorg betrokken. De rollen zijn omgedraaid toen ik een opleiding ben gaan volgen. In het begin zat Tess drie dagen op de crèche naast het ziekenhuis. Toen ze naar school ging hebben we een tijdje een oppasmoeder gehad in combinatie met buitenschoolse opvang. Ze is daar nu helemaal klaar mee omdat ze de oudste is op de opvang.’


Krijg je wel eens commentaar?
‘Hoeveel commentaar ik wel niet gehad heb over hoe ik het doe en wat ik doe. In het ziekenhuis en in de buitenwereld heb ik mijzelf buiten de gebaande paden begeven. Toen Tess kleiner was vroeg ze waarom ik niet met de buurvrouw ging spelen. Die was namelijk altijd thuis. Ik heb ook vaak ’s avonds wat te doen. Dat vindt ze niet leuk. We hebben het er wel over want ze weet dat ik er gevoelig voor ben.’



TALENTVOLLE
VROUWEN
Wilma Uyterlinde
WILMA UYTERLINDE

Verpleegkundig Specialist
Onderzoeker in Opleiding (OIO)
DAT JE DAAR NOG ZIN IN HEBT..
DE GOUDEN TIP

DE AANHOUDER WINT
Als je ergens voor wilt gaan dan zijn er altijd wegen.
                                      
WAT LIGT ER OP HET NACHTKASTJE


een publicatie over tumor- markers bij longkanker

een publicatie over PetCT-scans en de berekening van de waarde van de in te spuiten glucose

een publicatie over de late bijwerking van bestraling op de slokdarm
INSPIRATIE BRONNEN

In deze wetenschappelijke wereld kom je bijzondere mensen tegen waar ik met bewondering naar kan kijken.

Het zijn trouwens allemaal vrouwen. Zij hebben al hun capaciteiten gebundeld en zijn daar heel ver mee gekomen.

Dat kan mij inspireren.
Ze zijn als wetenschapper heel goed en tegelijkertijd ook heel gedreven met de zorg voor de patiënten bezig.
 
MOTTO

Leven en laten leven
GEBOREN
Tiel, 1963
BURGERLIJKE STAAT

Getrouwd met
Jos Sinnige
Docent Wiskunde
KINDEREN
Tess ( 9)
STUDIES

hbov

master advanced nursing practice (MANP)

promovendus universiteit van amsterdam
WERKGEVER
Antonie van Leewenhoek Ziekenhuis
FUNCTIE
Verpleegkundig Specalist
Onderzoeker in Opleiding (OIO)
© 2012 Roeline Ruules
Reserveringen & Inlichting
Adverteren
Disclaimer
In de hal van het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis in Amsterdam, het AVL, staat een klein beeldje op een sokkel.  Er ligt iemand in een bed en er buigen figuren over het bed. Het beeldje  is gegeven aan het verplegend personeel. ‘Compassie’ is de titel.  Het AVL is een ziekenhuis zonder ambulances en urgente drukte. De eerste hulp is weloverwogen en sirenes galmen er onhoorbaar.
Wilma Uyterlinde, van oorsprong verpleegkundige, werkt in het AVL. Ze is  verpleegkundig specialist en promoveert aan de Universiteit van Amsterdam op de bijwerkingen van chemotherapie en bestraling bij niet uitgezaaide longkanker, stadium drie. In Nederland promoveren er op dit moment drie verpleegkundig specialisten. Het was niet haar plan om te promoveren maar toen ze in 2007 de opleiding tot verpleegkundig specialist ging volgen werd haar interesse voor het doen van onderzoek gewekt.

Ze denkt maandagochtend tijdens de werkbespreking aan haar dochter omdat zij op deze dag alleen naar school fietst.  ‘Op een gegeven moment weet ik dat ze die grote weg over is. Dan kan ik het van me afzetten’. Wilma woont met man en kind in een dorp in Utrecht. Haar man geeft wiskunde op een school voor kinderen met autistische stoornissen in Rotterdam.  Zijzelf rijdt elke dag naar Amsterdam. Dochter Tess zit in groep zes.  ‘Mijn man is iets ouder en krijgt door zijn leeftijd extra vrije uren. Hij is op tijd thuis en kan haar ook naar school brengen. Behalve op maandag want dan moeten we alle twee vroeg op het werk zijn.’ Een gesprek over de wil en de weg van Wilma Uyterlinde.
LAATST GELEZEN

Razend van Carry Slee
een heftig boek van mijn dochter. Ik dacht dat moet ik ook even lezen


























Een Keukenmeidenroman van Kathryn Stockett.
Geen ingewikkeld boek. Wel interessant hoe die vrouwen het oplosten. Ze zeiden ‘ja en amen’ tegen de mevrouw en gingen gewoon hun eigen gang. Toen dacht ik, zo kan het ook. Je hoeft niet tegen iedereen te zeggen dat je het er niet mee eens bent. Je zegt gewoon dat het goed is en dan ga je een andere kant op.
.
Over de weg van Verpleegkundige en Moeder
tot Promovendus en Moeder
Iphone voor een spelletje patience
Word je schuldgevoel ook minder?
‘Als er weer wat verandert in de zorg, zoals nu met de buitenschoolse opvang, komt die zorg weer terug. Omdat ik dan denk, hoe ga ik dit nu weer doen.’


Ga je dan uit van een ideaal?
‘Ja, ik vind dat zij eigenlijk niet alleen naar school zou hoeven. Ik zou ook meer in de klas moeten zijn. Vorige week donderdag ben ik de hele dag in de klas geweest. Dat is bijna een soort schuldgevoel afkopen.’


Hoe kijkt je man hier tegenaan?
‘Wisselend. We hebben wel wat lastige jaren gehad. Ik was aan het opbouwen en hij aan het afbouwen. Ik was veel meer aan de weg aan het timmeren. Daar zat een ongelijkheid in voor hem. Hij voelde zich een ‘thuistruus’ die de boel regelt terwijl ik kwam aanschuiven bij het avondeten en daarna weer weg ging. Hij is heel zorgzaam, hij kookt en doet veel met Tess.’


Is dat wel weer rechtgetrokken?
‘Er zijn aardig wat gesprekken over geweest. Het leek een soort omgekeerde emancipatie. Uiteindelijk ben ik wel tot de conclusie gekomen dat mijn werkuren buiten de perken lagen. Daar moest ik hem gelijk in geven. Als ik thuis was, was ik aan het werk op de computer en als ik op de bank zat was ik er met mijn gedachten nog niet bij. Ik ben minder obsessief bezig. We doen ook meer samen.’


Creëer je tijd voor jezelf?
‘Ik betrapte mijzelf er laatst op dat ik dat wel zou willen doen. Ik maakte nooit afspraken bij de kapper. Dat doe ik nu wel. Maar ik gun mijzelf geen enkele tijd, nee.’


Welke veranderingen in de maatschappij zouden de combinatie werk en zorg ten goede komen?
‘Ik heb een man die heel veel doet. Dus het geldt niet zo voor mij. Bij collega’s zie ik dat het lastig is om aan goede opvang te komen. Goede opvang is ook duur. Dat is een aspect. Wanneer je een  medisch specialist bent wordt er van je verwacht dat je honderd procent werkt en ook nog promoveert. Dat geldt voor mannen en vrouwen. Voor vrouwen is het lastig om te combineren met  een gezin.’


Duobanen, is dat een optie?
Dat is niet bespreekbaar. Van de vrouwen die hier werken als medisch specialist zijn de meeste kinder- en/of partnerloos.’


Is dat een offer?
‘Zo goed ken ik ze niet. De vrouwen die ik voor ogen heb zijn heel erg gefocust. Er kan niks meer bij, zeg maar.’


Wie of wat zijn jouw inspiratiebronnen?
Ik leer veel van José Belderbos. Ze is  radiotherapeute in het AVL en een goede wetenschapper, een gedreven arts en ze heeft ook een gezinsleven met kinderen. Dat heeft ze heel goed gedaan.

De Canadese Oncoloog Francis Sheppard is heel bekend. Het  is een leuke vrouw met veel humor en ze is heel goed voor haar patiënten. De medische wetenschap en de oncologie richt zich op de genezing van kanker. Dat er dan patiënten wegvallen vanwege de bijwerkingen van de behandelingen hoort erbij. Francis Sheppard  houdt zich naast wetenschap ook bezig met de kwaliteit van leven van de patiënten. Dat zie je minder bij mannelijke specialisten. Mannen zijn of gericht op wetenschap of op de patiënt meestal niet op beiden.

Klassieke muziek en kunst inspireren mij ook. Wanneer ik in een museum ben realiseer ik me weer dat er ook een andere wereld bestaat naast die van het ziekenhuis. De ziekenhuis wereld is een rationele wereld. Soms is dat wat armoedig. Patiëntenzorg is heel rationeel. Er komt een patient bij je met een bepaald doel en je moet er voor zorgen dat het doel wordt bereikt. Je kunt je niet laten leiden door emoties.


Leer jij van je patiënten?
‘Elke dag. De manier waarop er wordt gecommuniceerd, als ze een partner hebben, met elkaar. Het respect voor elkaar. Het zijn kleine dingen. De wijsheid van mensen. De verdraagzaamheid, de humor, de rust. Ik vind het elke keer weer bijzonder.’
De telefoon gaat weer. Wilma antwoordt: ‘Nee sorry, ik heb geen tijd, ik zit op mijn werk. Ik werk in het ziekenhuis. Ja dat is goed, zeven uur’. Ze legt neer en zegt ‘dit heb ik wel eens vaker dan denk ik dat het mijn dochter is maar dan is het niet zo. Nu was het de postcode loterij.’
Print
PRINT in PDF